Bevers in natuurgebied Leudal
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| home | natuur en milieu educatie |
natuurgebied leudal |
studiegroep leudal |
velt | imkers |
leudal
museum |
activiteiten kalender |
|
|
|
De
bever is weer terug in Limburg! Na meer dan 200 jaar lijkt het er op dat bevers weer een
kans maken om een permanente toekomst te kunnen genieten in Limburg. In het begin van de 19e eeuw was de bever bijna helemaal uitgeroeid vanwege zijn pels. In vergelijking met de mens die maar 300 haren per vierkante centimeter heeft, bezit de bever 23.000 haren /cm2. Een waterdichte jas van goede kwaliteit dus. Het eten van bevervlees was toen ook nog net zo normaal als het eten van konijn. En van de olieachtige substantie (bevergeil) die de bevers gebruiken als geurmerk om hun territorium af te bakenen, werden allerlei wondermiddeltjes gefabriceerd. Tegenwoordig kunnen we van kunststof ook warme kledij maken, is er een overvloed aan keuze wat gangbaar vlees betreft en hebben we genoeg synthetische middeltjes op de markt.Bovendien zijn we op de goede weg met het ontwikkelen van onze natuurgebieden. Enkele solitaire bevers hebben Limburg al een tijdje geleden weten
te bereiken en aan de opmerkelijke vraatsporen is te zien dat ze driftig in de weer zijn
zichzelf te onderhouden. Als alleenstaande beverman of bevervrouw is het alleen
lastig er een beverfamilie op na te houden. Natuurgebieden
zoals het Leudal (beheerd door Staatsbosbeheer) en de omgeving van het Geldersch Niers
kanaal (beheerd door het Limburgs Landschap) verkeren in zon goede staat dat beverfamilies zich er makkelijk in hun
levensonderhoud kunnen voorzien. Op hun beurt zorgen de bevers door o.a hun knaaggedrag
voor variatie langs het water. Omgeknaagde bomen maken plek vrij voor jonge plantjes,
struikjes en bomen. Bevers zijn dus eigenlijk onmisbare schakels in ecosystemen van
beekdalen en riviertjes. De komst van de
beverfamilies werd goed voorbereid. De waterschappen hebben hun vangmethoden voor de
bestrijding van beverratten enigszins aangepast zodat bevers niet sneuvelen in de vallen.
Er werden kunstburchten gebouwd van wilgentakken ( foto 2)
waar de bevers eerst tot rust konden komen en zich naderhand uit konden knagen. Op
een vroege ochtend in oktober 2002 betrokken de bevers in alle rust de kunstburcht. (foto
3 en 4). Deze rust was (en is nog steeds!) belangrijk aangezien de stress tot een minimum
beperkt moest worden. De wilde dieren bevonden zich immers opeens in een totaal nieuw
gebied. Vanwege de
stressfactor zijn de bevers dan ook niet gezenderd maar worden ze op zicht en vraatsporen
deskundig onderzocht. In de eerste maand kwamen er voornamelijk vraatsporen voor rond de
uitzet plek. Gedurende november en december hebben ze het hele beeksysteem van het Leudal
verkend. Eind december 2002 en begin januari 2003 kregen we te maken met extreem hoog
water dat de bevers overigens uitstekend doorstaan hebben aan de knaagsporen wat hoger in
de bomen en struiken te zien.
Er worden ook oeverholen gemaakt die als dagrustplaats dienen.Begin april is er een volwassen bever gezien die vanuit de kunstburcht er razendsnel vandoor ging. Poot afdrukken en honderden geurmerken maken de waarnemingen tot mei compleet. Deze geurmerken bestaan uit een propje bij elkaar geveegde takjes, blaadjes en plantjes met een typisch dashboard-kastjes-geur (bevergeil) om het territorium af te bakenen. Het Leudal zal naar verwachting de eerste plek zijn waar hopelijk de gevolgen van daadwerkelijke voortplanting gauw duidelijk worden. Op de website www.beversinlimburg.nl kunt
u actuele informatie vinden over de omstandigheden van de bevers in Noord en Midden
Limburg. In dit najaar zullen op nog meer plaatsen in Limburg beverfamilies bij geplaatst
worden waaronder in de Maasplassen ten zuiden van Roermond. door:Linda Abbing, eerder verschenen in Rondom het Leudal nr. 110 (2003)
|
Adres: Roggelseweg 58,
Haelen,
tel. 0475 497010 |
||